Historische wapens

Bij dit schietsportonderdeel wordt geschoten met geweren, pistolen, revolvers en zelfs kanonnen uit vorige eeuwen. Gelet op de grote waarde en slijtage van deze antieke wapens, wordt vaak geschoten met nagemaakte antieke wapens, die “replica’s” worden genoemd. Geheel in stijl met dit onderdeel, wordt de hiervoor benodigde munitie door veel schutters nog op ambachtelijke wijze zelf gemaakt. Ook bij dit onderdeel worden regelmatig nationale en internationale wedstrijden georganiseerd. Er wordt dan geschoten over afstanden van 25, 50 en zelfs 100 meter en op kleiduiven.

De ontstaansgeschiedenis van het “zwartkruit-schieten” is vervaagd in de nevelen der oudheid. Lange tijd dacht men dat de Chinezen de uitvinders waren, maar vertalingen van oude geschriften laten zien dat men in die dagen sprak van donder en bliksem, maar dat het net zo goed Grieks vuur kan zijn geweest, waarover ook in de Arabische geschriften melding wordt gemaakt. Feit is, dat Sir Roger Bacon, in het midden van de dertiende eeuw voor het eerst melding maakte van een recept, waarin salpeter en zwavel, samen met een derde ingrediënt, door ontsteking met vuur of vuursteen, donder en bliksem teweeg bracht. Hij was tevens de eerste die aangaf op welke wijze salpeter kan worden gezuiverd, waardoor zijn mengsel de juiste explosieve kracht kon krijgen.

Overigens was het effect van de eerste vuurwapens in die dagen uitermate gering en leverde vaak genoeg een groter gevaar op voor de schutter zelf dan voor degene waarop werd gemikt. Bacon en zijn ridders hielden de ontwikkelingen tevens zorgvuldig geheim, omdat het toch te gek zou zijn dat een eenvoudige boer met een welgemikt schot het harnas van een edele ridder zou kunnen doorboren, waardoor zij hun faam van onkwetsbaarheid zouden verliezen.

Het oudst bekende wapen is een liggend vaasvormig voorwerp waaruit een zware pijl wordt afgeschoten, nadat de ridder een stuk roodgloeiend metaal tegen een gat bij het dikke deel van het wapen had gehouden. Veel later, toen de handwapens waren ontwikkeld, moet het voor een musketier in die dagen zeker geen kleinigheid zijn geweest om zo’n wapen af te vuren. Naast zijn ransel en veldfles sleepte een musketier een musket, laadstok, steunvork, kogels, grof en fijn kruit, kogelmal (om zelf kogels te gieten), lont, tondel en vuursteen mee en moest hij bovendien nog weten hoe hij metal deze instrumenten om moest gaan.

De geniale Leonardo da Vinci was de uitvinder van het radslot, een wapen dat werd opgewonden met een soort bovenmaatse horlogesleutel. Deze sleutel bracht een gegroefd rad in beweging dat tegen een stuk pyriet vonken sloeg. Het principe van de hedendaagse wegwerpaansteker. Hierdoor kwam het kruit in de pan waardoor de hoofdlading tot ontploffing werd gebracht. Een geniale vondst van een geniale man die zijn tijd ver vooruit was.

Het idee om vonken te gebruiken leidde tot een Hollandse uitvinding. Men ontwikkelde het zogenaamde snaphaanslot, gecombineerd met het eenvoudige lontslot en kwam tot het zogenaamde vuursteenslot. Een uitvinding die weer later op de naam kwam te staan van de Franse wapensmid Marin le Bourgeoys uit Lisieux. Dat zou 200 jaren stand houden. Alleen in Japan waar men, ver van de Europese ontwikkelingen, zeer geïsoleerd leefde, bleef tot in de negentiende eeuw het lontslot in gebruik.

Het was de jonge dominee Forsyth, een verwoed jager en scheikundige, die voortborduurde op de knalpoeders, omdat hij iedere keer te laat was, wanneer hij met zijn vuursteenjachtgeweer op eenden schoot. Zijn uitvinding bracht een revolutie teweeg. Zijn principe werd aanleiding tot een slag rond patenten, uitmondend in de creatie van het hedendaagse slaghoedje.

Vooral de laatste jaren heeft het zogenaamde zwartkruit-schieten een grote vlucht genomen. Men was uitgekeken op de moderne wapens en keerde terug tot de tijden van de cowboys en indianen, maar ook naar de schutterijen, zoals die vroeger stad en land verdedigden.

In het lange bestaan van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie past daarom ook het schieten met Historische Wapens. Want niet alleen moet men volgens traditie met een dergelijk wapen om leren gaan, de ware schutter koestert het echte originele wapen of replica, experimenteert net zolang, totdat hij precies het juiste mengsel heeft samengesteld, giet zelf zijn kogels, bewaart zorgvuldig zijn eigen “geheim” recept, en probeert na jaren oefenen een cirkel van vijftig centimeter tot tien centimeter terug te brengen.

Bron: www.knsa.nl